Pssst, niet verder vertellen….

Want er wonen kabouters in het Plantsoen. Nee, nee, niet gauw de pers inlichten want de kabouters willen er in alle rust wonen. En dat kan als er niet al te veel ruchtbaarheid aan wordt gegeven.

Onder aan de grote boom hebben ze een huisje gemaakt. Soms zijn ze thuis, maar ze zijn ook vaak onderweg. Want er moet natuurlijk wel hout worden gesprokkeld en ook het eten komt niet vanzelf aanwaaien.

Kabouter Elmer heeft zelfs een keer een briefje opgehangen met de vraag om het mos nat te houden als hij niet thuis is. En hartelijk dank voor de cadeautjes, maar die zijn niet echt nodig. En als je iets wilt geven, dan het liefst gereedschap. En kabouters zijn heel natuurbewust, dus geen plastic gereedschap.

Ik ga niet verklappen waar de kabouters precies wonen, want anders ontstaat er een hele file van nieuwsgierige mensen. Want wie wil er nou niet even met een kabouter kletsen.

Daarom heb ik hieronder een aantal foto’s van de kabouters geplaatst, zodat je niet langs hoeft te komen. Al vast dank daarvoor, namens de kabouters.

Een zondagochtendwandeling

De zon scheen al vroeg deze ochtend. Het was mooi weer om nog even snel een zondagochtendwandeling te maken voordat het sportgeweld in de middag losbarst (Ajax, Feyenoord, Vuelta, Machester City).

Fluks de wandelschoenen (in mijn geval de gewone schoenen dus) uit de kast gehaald (in mijn geval stonden ze al klaar) en het warme vest aan. Polderpark Cronesteyn ligt eigenlijk dichtbij en dat werd de bestemming.

Toen we aankwamen hing er nog een flauwe dauw boven de grasvelden, maar de zon scheen al door de bomen. Het was nog rustig, want vanaf een uur of elf stroomt de polder vol met wandelaars, ouders met kinderen, hondenuitlaters en nog meerdere varianten.

Deze vroeg ochtend lag het er rustig bij. Enkele hardlopers, waaronder ook enkele traaglopers, snelden over de paden, enkele vroege honden holden uitgelaten over de grasvelden waar ze los mogen rondrennen, enkele vroege vogelfluiters en rust.

Bij het theehuis kregen de varkens net te eten. Ze keken, staand op hun achterpoten al verlekkerd over het hek naar de naderende emmers. Vergenoegd smekkend lieten ze zich de korrels goed smaken.

Onderweg naar de polder kwamen we nog langs de sportvelden van Trigon, waar de jongste jeugd al druk aan het sporten was. De ouders mochten het veld niet betreden, maar stonden op de uitkijk langs het veld.